|
Geschreven door Elmar Veerman
|
|
Friday 11 January 2008 |
Als je oogloze vissen uit verschillende grotten met elkaar
kruist, levert dat soms ziende nakomelingen op, ontdekte de Amerikaanse
bioloog Richard Borokowski.
Een ondersoort van Astyanax mexicanus, in Nederland bekend als de
blinde holenvis of de grottenzalm, heeft geen ogen. Helemaal niet erg,
want deze bleke visjes brengen hun hele leven in het donker door. Ogen
laten groeien zou dus zonde van de moeite zijn.
De blinde vorm
komt in 29 Mexicaanse grottenstelsels voor, maar is niet overal precies
hetzelfde. Hij is in de loop van honderdduizenden jaren op minstens
drie plaatsen ontstaan uit de ziende vorm, blijkt uit genetisch
onderzoek. De resulterende groepen vissen danken de afwezigheid van
ogen ieder aan een ander pakket van genetische fouten.
Samen
zullen ze daarom nog wél alle genen in huis hebben voor een stel
werkende kijkers, bedacht Borokowski. Bij kruisingen zouden die genen
bij een deel van de jonge visjes samen moeten komen, met normale ogen
tot gevolg. Hij besloot het te proberen. En ja hoor. Volmaakt oogloze
ouders, die hij had gevangen in verschillende Mexicaanse grotten,
brachten af en toe ziende kinderen voort. Dat bewijst nog maar weer
eens, schrijft de bioloog in vakblad Current Biology, dat krachtige
natuurlijke selectie soms via verschillende wegen op dezelfde oplossing
uitkomt. In dit geval dus het weglaten van overbodige ogen.
Bron: Noorderlicht Noorderlog
|