|
Geschreven door Dennis Barten
|
|
Monday 12 February 2007 |
|
Visjes die zijn uitgebroed in de bek van een andere soort, kiezen later voor de 'verkeerde' partner. Hun seksuele voorkeur is dus aangeleerd, niet aangeboren. Dat zou wel eens een van de belangrijkste drijvende krachten kunnen zijn achter de explosieve soortvorming in de Afrikaanse meren, meent biologe Machteld Verzijden.
De meeste vissen laten hun kinderen aan hun lot over zodra de eieren uitgekomen of zelfs maar gelegd zijn, maar de honderden soorten cichliden in de grote Afrikaanse meren doen het anders. Aanstaande moeders dragen de eitjes drie à vier weken lang in hun bek rond en blijven ook daarna nog liefdevol voor de kleintjes zorgen. Dreigt er gevaar, dan schiet het kroost snel weer terug in mama's muil. Tot de kinders te groot worden, natuurlijk. De Leidse biologe Machteld Verzijden deed een experiment waarbij ze de eitjes verwisselde van twee nauw verwante soorten muilbroedende cichliden. Waarom? "Het ging ons om de partnerkeuze van de visjes die zo zijn opgegroeid. Kiezen de vrouwtjes later voor een mannetje van hun eigen soort, of liever voor de soort van hun gastmoeder? Oftewel: is de partnerkeuze vooral aangeboren of is hij aangeleerd?" Die vraag houdt biologen al jaren bezig. Het antwoord staat deze week in het vakblad Biology Letters. Verder lezen... Noorderlicht Noorderblog |