|
Van Tangun, de stichter van Chosõn, het eerste koningrijk op het
Koreaanse schiereiland (2333 v.Chr.), wordt verteld dat hij de zoon was van een
beer. Volgens de mythe baden de beer en de tijger tot Hwanung, een nazaat van
een hemelse heer, dat zij een mens mochten worden. Hwanung gaf beiden een
bundel bijvoet (Artemisia vulgaris) en
twintig teentjes knoflook en vertelde hen dat zij hiervan honderd dagen moesten
leven, zich verschuilend tegen het zonlicht in een grot.
Knoflook en bijvoet zijn
magische, medicinale kruiden, die bekend staan om hun zuiverende werking. De
beer volgde de instructies nauwgezet en werd een vrouw. De ongeduldige tijger
faalde. Uiteindelijk trouwde Hwanung de vrouw en kreeg samen met haar een zoon:
Wanggom, die later bekent raakte onder de naam Tangun.
Dit was één van de eerste
verhalen die ik ooit over Korea las. Maar doordat Guus Hiddink op TV veel over
het land vertelde, wist ik er inmiddels al wel iets van. Toch is het voor ons
Europeanen een onbekend land. Over China en zeker over Japan weten we relatief
veel, maar het landje dat tussen deze twee reuzen in ligt is bijna geheel in
het donker gehuld. Youg Soo Kim gaf mij de gelegenheid om Zuid-Korea te
ontdekken en verliefd op het land te worden.
Youg Soo Kim
Ik ontmoette Youg Soo Kim vijf
jaar geleden tijdens de koishow in de Kasteeltuinen van Arcen. De organisatie
vertelde me dat er een paar Koreanen met Koi in het vliegtuig zaten. Volgens de
berichten vervoerden zij de vissen in dozen die zij op hun schoot hielden. Of
ik even voor een vat, een zuurstofpomp, kortom, voor gezond water voor de
vissen wilde zorgen.
Gelukkig zijn er altijd handelaren die een helpende hand willen
toesteken. Ik slaagde dan ook uitstekend. De vissen zwommen al snel gezond en
vrolijk rond. De dankbaarheid van de Koreanen was groot. Ik moest met iedereen
op de foto en vooral heel veel buigen. Eenmaal thuisgekomen, vond ik een e-mail
met een uitnodiging om vrijwel direct af te reizen naar Korea. Wat een geluk.
Dat ik dit mocht meemaken. Waarom? Voor wat helder en goed water, een
zuurstofpomp en vrolijk rondzwemmende visjes? Ik snap het nog steeds niet. Maar
naar Korea ging ik.

Koi-redders: Juve-fan met rechts van hem 'the old man'.
Koishow in Korea
Na landing op Inchon Airport
werd ik direct naar de eerste koishow in Korea vervoerd. De show werd gehouden
bij een koifarm langs een snelweg. Er stonden zo'n vijfentwintig vats, waarin
voornamelijk kleine visjes rondzwommen.
Ik werd bevraagd door
verschillende journalisten, moest prijzen weggeven en natuurlijk mijn opinie
verkondigen over de kwaliteit van de vissen in de show. Er was een stevig
dispuut gaande over welke vis er Grand Champion moest worden. Youg Soo claimde
dat zijn vis de beste was en ik moest hem gelijk geven. De werkelijk wondermooie
Taisho Sanke staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Het dispuut kreeg geen
happy end en ik bevond me dan ook al snel in de auto van Youg Soo op weg naar
Goyang City waar hij zijn koifarm runt.
South Korea
- The land of the rose of Sharon, the splendid garden of mountains and rivers
Inmiddels ben ik al drie keer
in Korea geweest en mag ik me adviseur van de Goyang Koifarm noemen. Ik leef er
met de familie Kim en slaap bij het bedrijf. Hierdoor heb ik de kans gekregen
om zowel het land als zijn bewoners goed te leren kennen. Ik had niet het
nadeel een toerist te zijn, maar voelde me in feite opgenomen in de familie.

Zogeheten Chansun, sjamanistische, onheilswerende totems.
Tempels en heiligdommen
Youg Soo weet alle cultureel
belangrijke plekken feilloos te vinden. En - net zo verwonderd als ik -
ondergaat hij ze met groot ontzag. De paleizen van Seoul (uitspraak: ‘soul’),
de vele verstilde boeddhistische tempels, het is vaak puur goud wat er blinkt,
en ook de Sjamanistische heiligdommen vervulden me met diep ontzag. Youg Soo is
daarnaast ook een groot liefhebber van eten maar dat is voor Koreanen geen
uitzondering. We hebben het hier overigens niet over McDonald’s of de Franse
keuken. De Koreaanse dis is zeer verfijnd, uitgebreid en feestelijk. Het meest
afzichtelijke restaurantje zet nog een uitstekende maaltijd op tafel. Wel
schoenen uit, zitten op de grond en zelf bereiden. Meestal zijn de tafeltjes
van Koreaanse restaurant voorzien van een barbecue. Hierop bereidt men zelf het
vlees of de vis.
Je merkt het, ik ben aardig
verliefd geraakt op Zuid-Korea. Het land van de hibiscus en ginkgo. Wij
Europeanen denken dat Korea net zoiets is als Japan of China. Maar wanneer je
er, net zoals ik, een tijdje bent geweest, dan bemerk je dat het toch echt allemaal
heel anders is.
Tuinen met humor
Ook de Koreaanse tuincultuur is
bijzonder. Het is een cultuur waarin humor een grote rol speelt. Dat ben ik nog
nergens anders tegengekomen. De ornamenten die in de Koreaanse tuin worden
gebruikt, zullen, wanneer ze eenmaal in Nederland verkrijgbaar zijn, voor veel
sfeer rond de vijver zorgen. Het keramiek dat sinds eeuwen in Korea wordt
geproduceerd is wereldberoemd.
De Koreanen zijn niet alleen
vaak begaafd, ze zijn ook gastvrij en heel erg vriendelijk. Wanneer de redactie
het een goed idee vindt, zal ik in een volgende uitgave van dit blad gaarne
dieper ingaan op de Koreaanse cultuur. In dit verhaal volstaat het wanneer ik
je aanspoor om het land zélf eens te gaan bezoeken. Ik beschouw Zuid-Korea
inmiddels als mijn tweede vaderland. Maar ik merk dat ik begin af te dwalen: terug
naar de Youg Soo en zijn Koi.

Overzicht van de Goyang Koifarm.
Van rozenkweker tot koifanaat
Youg Soo begon zijn werkzaam
leven als rozenkweker. Nadat zijn kwekerij was opgekocht door Goyang City,
besloot hij van de rozen over te stappen op de vijver: Koi. Hij kocht een stuk
land waar hij mudponds, een professionele vijver, kassen en zelfs een
restaurant realiseerde. De Goyang koifarm is op die manier een park geworden
waar het goed toeven is. Er vallen niet alleen Koi te bezichtigen, ook
Koreaanse tuinornamenten, planten, bomen en vlinders trekken het oog. Hebariki,
de Koreaanse zonnebloem, bloeit er uitbundig en Jindo, de vriendelijke
Koreaanse hond, houdt er de wacht. Het is jammer dat de lotusbloem bij ons zo
moeilijk bloeit. Op de Goyang Koifarm schittert deze heilige bloem in vele
kleuren.
Tijdens mijn tweede trip werd
ik op een dag uitgenodigd om meneer Byeong tae
Yoon, de oprichter van de Koreaanse koivereniging, op te zoeken. Het
huis van 'the old men', zoals wij hem vol respect noemden, lag tegen de bergen
en was omringd door een groot aantal lege mudponds. Het bleek een heel aardige,
oude man, die ons gastvrij uitnodigde voor een biertje en wat snacks. We
praatten wat over Koi. Mister Yoon was vele malen in Japan geweest en had daar tijdens shows belangrijke vissen
gekocht. Ik vroeg hem waarom de mudponds leeg waren: "Waar zijn uw
vissen?"
Hij moest me teleurstellen.
Omdat zijn vrouw één jaar daarvoor was gestorven, had hij zijn Koi
verwaarloosd. Hij was gestopt met kweken en zijn Koi zaten in een mudpond in
het bos, naast het huis. Hij was te beschaamd om ze te laten zien. Na enig aandringen
kreeg ik hem toch zover dat hij die schaamte overwon en dat hij ons de vijver
wees. Al van grote afstand rook ik het water. De smerige geur van ammoniak
maakte me misselijk. Op het wateroppervlak dreven kleine dode koitjes. Die
vissen waren inderdaad verwaarloosd.
Ik vroeg Youg Soo alle
afspraken voor de volgende dag af te zeggen en een aantal mensen te verzamelen.
Aan mister Yoon vroeg ik of hij de vijver alvast wilde laten leeglopen zodat we
de Koi de volgende dag konden vangen. In een kas bleken een groot aantal
betonnen vijvers te liggen waarin de vissen konden worden ondergebracht. De
volgende ochtend verdeelden we de taken. De Koreanen zouden de vissen vangen en
ik zou de vissen nakijken en in de opvangvijvers zetten. Geen gemakkelijke
taak. Het waren er honderden. Heel veel kleinere visjes die gelukkig allemaal
gezond bleken. En ook een flink aantal grotere vissen: de kweekparen.
Adembenemende kwaliteit
Ik weet niet of je wel eens
iets hebt gezien dat zó mooi is, dat de tranen je in de ogen schieten. Mij
overkwam het daar. Nog nooit had ik zulke lichamen gezien en maar zelden zo'n
gezondheidsglans. De vissen in de privé-vijver en op de koifarm van Peter
Waddington waren voor mij al een openbaring, maar de vissen die ik daar in die
kas in Korea in mijn handen kreeg, deden me werkelijk rillen. Het wit, het rood
en het zwart waren van een werkelijk uitmuntende kwaliteit. Mijn god, dacht ik;
al had ik maar een enkele schub! Ze waren allen van hoge Japanse kwaliteit. Het
waren Koi die de meesten van ons misschien maar een keer in hun leven zien.
Het is trouwens wel gevaarlijk.
Het is alsof je als Daf-bezitter een Lamborghini moet wassen. Jaloezie is mij
op dat soort momenten niet vreemd. Nadat de Koi allemaal in de vijvers waren
gezet en allen gezond bleken, kregen we een uitgebreide maaltijd voorgezet. Mr.
Yoon was werkelijk dankbaar en gelukkig, en bedankte me omdat ik zijn vissen
had gered. Dit natuurlijk met de hulp van Youg Soo en zijn vrienden. Dit
avontuur zou echter nog een staartje krijgen.

Een gouden greep met het sleepnet.
Gekweekt uit dankbaarheid
Tijdens de derde trip werd ik opnieuw
uitgenodigd bij Mr. Yoon. Youg Soo vertelde het wat lacherig. Eenmaal
aangekomen in de schitterende tuin van ‘the old men’ kregen we weer bier en
snacks. Gewichtig vertelde de gastheer me dat hij me nog steeds dankbaar was
dat ik hem weer van Koi had leren houden. Ik had zijn leven opnieuw inhoud
gegeven. Daarom had hij met hulp van Youg Soo speciaal voor mij een kweek
opgezet. Gezamenlijk hadden ze de taak op zich genomen om Koreaanse Koi bekend
te maken bij koiliefhebbers van over de gehele wereld. Ze verzochten mij de
vissen te selecteren die het waard waren om naar de Goyang Koifarm te brengen,
zodat ze later naar Europa konden worden gezonden.
Wel, dat was geen gemakkelijke
opdracht. Er zaten namelijk geen slechte Koi tussen. Ook bij deze visjes spatte
de kleuren me in het gezicht. Ze toonden een uitmuntend lichaam en een
uitbundige gezondheidsglans. We vingen alle vissen en brachten ze naar de farm,
om ze daar in de mudponds te zetten, zodat ze nog een tijdje konden doorgroeien.
Mr. Yoon en Youg Soo gaven me nog wel een opdracht mee. Ze vroegen me de
Koreaanse cultuur te bestuderen en daar een boek over te schrijven. Ze gaven me
de opdracht om Korea en haar cultuur bekend te maken in Europa. De titel heb ik
al: ‘A Garden called Korea’. Nu het boek nog.
Terwijl ik dit verhaal over
Youg Soo en zijn vissen zit te schrijven, treft hij voorbereidingen om zo'n
zestig vissen naar mij te zenden. Wanneer je dit leest, zullen de Koi in mijn
vijvers rondzwemmen. Je kunt ze bezichtigen op www.tweepassies.nl. Wil je genieten
van de Goyang Koifarm: www.kgykoi.com.
Korea heeft de toekomst
De bezoeken aan Zuid-Korea werken
op mij als een bundeltje bijvoet en 10 teentjes knoflook. Ik kom er altijd
blij, vrolijk en geestelijk gereinigd vandaan. Omdat China steeds meer goedkope
rijst naar Korea exporteert, stappen veel Koreaanse boeren over op de kweek van
Koi. Youg Soo, die al enkele jaren ervaring heeft opgedaan, speelt hierbij een
voortrekkende rol. Je bent dus gewaarschuwd: de Koreaanse Koi komen eraan. En
vallen ze te vergelijken met de Japanse kwaliteit? De Koreaan is in een wip aan
de overkant van de Koreaanse zee, in de homeland of Nishikigoi. Kennis en
samenwerking is dus snel verkregen.
Dit artikel verscheen ook in Koi Wijzer 31, De tropische Watertuin. Leden van KOI 2000 krijgen de Koi Wijzer thuisgestuurd. Ook is het magazine in de betere boekhandel verkrijgbaar.
Lees ook:
Koi Wijzer 31, De tropische Watertuin
|