Home arrow Koi Base arrow Algemeen en Informatief arrow De ongelooflijke reis
  • Dutch
  • English
  • German
Advertisement
Advertisement
Laatste Forum Berichten
Laatste Nieuws
Zoeken
De ongelooflijke reis PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Alan Coogan   
Thursday 11 May 2006
In 1966 wandelde ik een stal binnen in mijn geboorteplaats Newmarket en vroeg de eigenaar of ik hem tijdens mijn schoolvakanties kon helpen met het verzorgen van zijn racepaarden. Ik was twaalf jaar. Was het antwoord van de man “nee”, dan had ik de ongelooflijke reis die mij de wereld liet zien en kennis liet maken met landlopers, miljardairs, rocksterren, keizers en koningen, waarschijnlijk nooit meegemaakt…

 Iedere dag is doordrenkt van de leermomenten. Maar hoe meer ik weet, des te meer ik vergeet. Volgend jaar ben ik 40 jaar bezig met paarden. Mijn grootste geluk is de innige verbintenis met één van de beste racepaarden aller tijden.

Een paard is als een bijzondere bloem. Zij hebben elk een specifiek seizoen, en een voorkeur voor bepaalde stukken land. Steeds worden zij voorzien van een persoonlijk dieet en een eigen dagstramien. In geen geval hebben de edele dieren boodschap aan instructies; de grote ruiter luistert, de grote ruiter fluistert. Hij leert van ze opdat de perfecte omgeving wordt geschapen en de paarden tot bloei komen.

Grote ruiters worden geboren, niet gemaakt. Je kunt het niet leren van een schoolbord of lezen in een boek, een ruiter moet paarden léven en paarden ademen. Er zijn veel verschillende gradaties in het ambacht. De meeste paardentemmers voelen zich al goed bij het betreden van lange lanen en oneindig laagland, ook al realiseren zij zich niet dat er een Steile Berg is die moet worden beklommen. Diegenen die zich het meeste inspannen zullen deze berg zeer zeker vinden, maar iedere stap naar boven is steeds een stukje zwaarder dan de stap daarvoor. Hoe verder de reis je leidt, des te minder gezelschap je zult hebben. Momenten van onverbiddelijke eenzaamheid, ondraaglijke pijn, levensgroot verdriet, goddelijke pret en onbegrensd geluk vullen een leven dat is opgedragen aan het eenkennige racepaard.  

Om een kruimel kennis te vergaren,gaan de hongerige reizigers op weg,voorwaarts, gewapend tegen de hagel,als de winterstormen woeden. 

Het Nieuwe Avontuur
In 1988 maakte ik voor het eerst kennis met de gekleurde karper en een nieuwe fantastische reis was begonnen. In de eerste dagen besteedde ik de meeste tijd aan het doden van de onfortuinlijke Koi die mijn weg kruisten. Ik tastte volledig in het duister en kon het licht niet vinden. De zon begon pas te schijnen ik toen ik de British Koi Keepers’ Society ontdekte. Híer zaten mensen die oprecht waren geïnteresseerd in het welzijn van mijn Koi en het niet in hun hoofd haalden om mij elk drankje, trucje of hebbedingetje ooit uitgevonden te verkopen.Zonder dat ik mezelf bewust was van mijn verslaving, werd dit goed begrepen in het Land van de Rijzende Zon. In het westen daarentegen had men er nog nooit van gehoord, totdat mijn grote vriend Peter Waddington er zijn eerste boek naar vernoemde: “Koi Kichi”. Ik heb een ernstig geval van de ‘Koigekte’ te pakken en er is niemand die mij kan genezen. Op een heldere en stille oktobermorgen, vele jaren geleden, zijn we op weg naar de bakermat van de Koi. We landen op Narita Airport en richten onze pijlen op Yamakoshi en het Koigebergte van Niigata. Tot op de dag van vandaag ben ik gevangen door het landschap. De vrolijk gekleurde daken, perfect in rijen gerangschikte akkers en ondoordringbaar dichte bamboebossen hebben mijn hart voorgoed gestolen. Het linnen beddengoed dat over de balkons is gedrapeerd vormt een verblindend mozaïek, de façades van Tokyo’s etagewoningen verfraaiend.

Reizend met de Shinkansen begin ik het succes van de Japanners te begrijpen. Met een onmenselijke precisie levert de pijlsnelle kogeltrein de Coogans én hun bagage af in Nagaoka. De stad Nagaoka ligt aan de voet van de bergen van Yamakoshi en is voor mij de perfecte thuisbasis. In het levendige centrum barst het van de barretjes en restaurants. In dit eerste jaar waren wij verbijsterd en geslagen. Elke Koi was er groter en beter dan alle Koi die wij ooit in Europa hadden gezien. Het verbaasde mij niets, de kwekers toonden evenveel toewijding aan hun levende kunstwerken als de grote ruiters aan hun paarden. 

It’s a Long Way to the Top…
Vandaag stevenen we regelrecht af op Mushigame. Dit kleine dorpje hoog in de bergen van Japan is het hart van de Koiwereld en het Mekka van alle Koipelgrims. Mushigame telt slechts 145 huishoudens, terwijl 20 gezinnen er hun brood op de plank brengen door het kweken van Koi. Van alle noemenswaardige Nishikigoi in de wereld heeft de overgrote meerderheid enige tijd doorgebracht in de kweekvijvers van het alom bekende plaatsje.

De legendarische Toshio Sakai en zijn broer leerden hun ambacht hier. Van Igarashi Kazuto, tot Yagenji, Yamamatsu, Marusho, Marujyu, Shintaro en Marasada. Allemaal hebben zij hun Koifarms op de heilige grond van Mushigame. Totaal toegewijd en grenzen terugbrengend zijn het zowel innovatoren als imitatoren. Deze bergmensen zijn niet in staat om massaal produceren en kunnen dan ook enkel en alleen overleven wanneer zij zich toeleggen op het voortbrengen van absolute Topkoi. Koi waarvan wij enkel kunnen dromen.

Studerend aan de voeten van de Grote Meesters, leef en werk ik zoveel als ik kan in Mushigame. En hoewel ik de Steile Berg beklim met zowel racepaarden als met Koi, ik ben mij ervan bewust dat ik de absolute top nooit zal bereiken. Toch deert het me niet, want wat heb ik nog te wensen? In weer en wind mag ik galopperen op het beste volbloed aller tijden en tijdens de Ikeage sta ik oog in oog met ’s werelds allerbeste Koi. Maar dat ik heb mogen werken met al die fantastische mensen die ik onderweg heb ontmoet, is nog de grootst denkbare beloning van allemaal. Mijn doel is bereikt, ik ben gelukkig. Intens gelukkig.

Tekst: Alan Coogan

 

(C) 2008 www.koi2000.com by Weduwe.COM