Home arrow Koi en Vijverdagen arrow Algemeen arrow De grondbeginselen van de koishow
De grondbeginselen van de koishow PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Dennis Barten   
Of het nu gaat om voetbal, mikado of schaken; er zijn spelregels voor bedacht. Het spreekt daarom vanzelf dat ook koishows aan richtlijnen zijn gebonden. Zonder deze richtlijnen zou een eerlijke en goed georganiseerde competitie niet kunnen bestaan. Om u enigszins een idee te geven hoe de organisatie van een koishow in elkaar steekt, wordt er in de onderstaande uiteenzetting een beknopte samenvatting gegeven van een manifest dat zich wellicht nog het beste laat omschrijven als de grondwet van de koicompetitie: het wedstrijdreglement.

Het wedstrijdreglement is de belangrijkste leidraad van het ´benchingteam´, de mensen die zorgdragen voor een correcte indeling van de deelnemende Koi. Bij het inbrengen van de Koi op de show worden de vissen opgemeten, geregistreerd, gefotografeerd en op hun gezondheid gecontroleerd. De gezondheidsstatus van een Koi is het enige en voornaamste criterium waarop deze van competitie kan worden uitgesloten. Om te beginnen moet een deelnemende Koi dus gezond zijn en geen kwetsuren vertonen. Mocht een Koi na het benchen alsnóg een beschadiging oplopen, dan wordt deze pas gediskwalificeerd als deze beschadiging de gezondheid van de Koi in gevaar dreigt te brengen of als de eigenaar hier nadrukkelijk om vraagt. Beslissingen van het benchingteam zijn bindend.



Classificatie
Hoewel de indelingen overal ter wereld in grote lijnen met elkaar overeenkomen, kan de classificatie van de Koi per competitie verschillen, zij het in geringe mate. Bij De Nationale Koi- en Vijverdagen wordt er in 15 categorieën en 7 lengteklassen gestreden. Vijftien maal zeven maakt aldus 105 potentiële ‘strijdtonelen’. Wat nu volgt is een beknopt overzicht van de verschillende variëteiten, zo mogelijk begeleid door bijpassende illustraties.

1) Kohaku
De Kohaku beschikt over haar eigen categorie. Kohaku zijn witte Koi met rode patronen. Volgens een oude wijsheid begint én eindig de hobby met deze betoverende variëteit. Alle varianten van de Kohaku, behalve de Tancho, Doitsu en Ginrin equivalenten, worden onder deze noemer geschaard. Als variëteit maakt een Kohaku doorgaans het meeste kans om tot Grand Champion te worden gekroond. Zo waren twee van de drie Grand Champions uit de geschiedenis van De Nationale Koi- en Vijverdagen van het rood-witte soort.

2) Sanke
‘Sanke’ is in feite een afkorting van Taisho Sanshoku, de algemene aanduiding voor witte Koi met rode en kleine, zwarte patronen. Net als de Kohaku heeft deze variëteit haar eigen categorie en is zij mateloos populair.

3) Showa
De Showa of Showa Sanshoku is een zwarte Koi met witte en rode patronen. Hoewel de aard en het voorkomen van de kleuren duidelijk verschillend zijn, dragen zowel Sanke als Showa wit, rood en zwart, en is de verwarring over het onderscheid dus goed te begrijpen. Enkele aangrijpingspunten kunnen ons echter behulpzaam zijn. Zo zijn de zwarte patronen van een Showa vaak groter van omvang dan die van een Sanke; bij Showa is de ondergrond zwart, bij Sanke wit.

4) Bekko
Een Bekko is een witte, rode of gele Koi met weinig betekenende, zwarte patronen. In het showgebeuren wordt deze categorie helaas weinig gezien. Bekko behelst de variëteiten Hi, Ki en Shiro Bekko.

5) Utsurimono
Een Utsurigoi is een zwarte Koi met witte, gele of rode patronen. De klasse der Utsurimono behelst de variëteiten Shiro, Hi en Ki Utsuri. De laatste twee varianten, die overigens vrij zeldzaam zijn, komen uitgebreid aan bod in het artikel ‘Hi Utsuri, Ki Utsuri’ op pagina 74.

6) Koromo / Goshiki
Klasse zes omvat de verschillende varianten van Goromo (die tezamen worden aangeduid als ‘Koromo’) en de Goshiki in al haar hoedanigheden. Koromo zijn witte Koi met rode patronen, die zijn bedekt met een donker netpatroon. Bekend zijn onder meer de Ai, Sumi en Budo Goromo. Goshiki (letterlijk: vijf kleuren) dragen eveneens netpatronen, maar in tegenstelling tot bij Koromo zijn deze niet enkel beperkt tot het rood, maar dekken zij bovendien delen van de witte ondergrond (shiroji).

7) Asagi / Shusui
Van alle variëteiten ‘ligt’ de Asagi misschien nog wel het dichtste bij de karper. Het betreft een grijsblauwe Koi met een netpatroon op de rug en hi op de wangen, flanken en borstvinnen. De Shusui kan voorts worden beschreven als de schubloze (doitsu) variant van de Asagi. De kleuren zijn grotendeels hetzelfde, maar door het ontbreken van de schubben is het netpatroon als vanzelfsprekend afwezig.

8) Tancho
De tanchoklasse staat bol van de symboliek. De naam ‘Tancho’ is afkomstig van de nationale vogel van Japan, de Tancho kraanvogel, die een ronde, rode vlek op zijn kop heeft. Deze rode vlek wordt in Japan hoog gewaardeerd vanwege de sterke overeenkomst met de Japanse vlag. De tanchoklasse behelst derhalve Koi met een rode, liefst ronde vlek op de kop, zonder dat er rode patronen op de rest van het lichaam worden gedragen. Wel mogen er zwarte patronen aanwezig zijn. In dat geval is er sprake van een Tancho Sanke of Tancho Showa.

9) Kinginrin A
Kinginrin, of, met andere woorden, ‘glitter, glamour en waterspetters’. Kinginrin (letterlijk: gouden, zilverachtige schubben) zijn Koi met schubben die licht kunnen reflecteren. In principe zijn er van alle variëteiten wel Kin- of Ginrin varianten bekend. Kingrinrin A is de categorie waarin alle ‘blinkende’ Kohaku, Sanke en Showa worden onderverdeeld.

10) Kinginrin B
Kinginrin B betreft alle Koi met Kinginrin aspecten, behalve Kinginrin Kohaku, Sanke en Showa. De ervaring heeft ons geleerd dat hier met name Ginrin Chagoi in aanmerking komen voor een hoge waardering.

11) Kawarimono
Na het artikel van pagina 22 bent u reeds volledig bekend gemaakt met deze immens ‘complexe klasse’. De klasse der Kawarimono overvleugelt aldus alle niet-metaalkleurige Koi die niet tot de andere categorieën worden gerekend. Bekende vertegenwoordigers zijn de Chagoi, Ochiba Shigure, Kumonryu en Matsukawabake.

12) Hikari Mujimono
Hikari Mujimono (kortweg Hikarimono) is het mooie woord voor de éénkleurige, metaalglanzende Koi, die ook wel bekend staan onder het alias ‘Ogon’. Deze categorie, waaronder de Yamabuki en Platinum Ogon, is voor velen de eerste kennismaking met het zwemmende juweel geweest. Ook Kin en Gin Matsuba voelen zich hier thuis.

13) Hikari Utsurimono
Hikari Utsurimono zijn ontstaan uit het kruisen van Utsurimono (zie aldaar) met Ogon variëteiten (zie Hikari Mujimono), waardoor er metaalkleurige Utsurigoi zijn ontstaan. Je ziet ze niet heel dikwijls, maar als ze zich presenteren, dan trekken ze alle aandacht naar zich toe.

14) Hikari Moyomono
Hikari Moyomono zijn meerkleurige, metaalglanzende Koi. Evenals bij Hikari Utsurimono zijn er belangrijke invloeden van Ogon variëteiten, maar in plaats van Utsurimono zijn er Koi met een witte basis ingekruisd. Bekende vertegenwoordigers zijn Yamatonishiki, Kujaku, Kikusui en Hariwake.

15) Doitsu
Koi die slechts ten dele zijn bedekt met schubben worden Doitsugoi genoemd. Het betreft zowel lederkoi als spiegelkoi, respectievelijk ontstaan uit kruisingen van Koi met de lederkarper en spiegelkarper. Lederkoi hebben geen schubben langs de zijlijn en slechts kleine schubben op de rug. Spiegelkoi daarentegen, hebben grote schubbenrijen langs de zijlijn en op de rug. Vrijwel alle Doitsugoi worden in deze klasse ingedeeld, al zijn er uitzonderingen op de regel, waarvan de Shusui (klasse 7) zonder twijfel het bekendste is.

Op de ‘Koiwalk’
Wanneer alle Koi de benchingprocedure hebben doorlopen, zullen zij voorlopig met rust worden gelaten. Zij kunnen dan bekomen van een stress-situatie om zich de volgende dag(en) in volle glorie te kunnen presenteren aan de jury. Bij De Nationale Koi- en Vijverdagen vindt de jurering plaats in twee gescheiden groepen. De groep van de commerciële deelnemers (handelaren, kwekers, …) en de groep van de hobbyisten. Hobbyisten worden omschreven als zij die geen commerciële binding hebben binnen de koi- en vijverhandel en bovendien niet bij de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven. Deze scheiding is aangebracht om een zo eerlijk mogelijke competitie te creëren.

De keurmeesters van de jury kijken naar verschillende aspecten van Koi, waarvan de meeste nog uitgebreid worden beschreven in het epos van Alan, ‘De Strepen van een Showkoi’. Het ene aspect telt zwaarder dan de ander en het kunnen doorgronden van een jury vergt veel tijd, moeite en bovenal veel oefening. Een begin kan worden gemaakt met de volgende opsomming van beoordelingscriteria.


De lichaamsbouw
Het lichaam van de Koi is geschapen om het water te doorkruisen. Als beoordelingscriterium staat de lichaamsbouw, of populair gezegd: ‘de body’, eenzaam bovenaan. Het is een allesbepalend element. Een Grand Champion wint het vrijwel altijd op het postuur, en nauwelijks op patronen en/of andere aspecten. Deze moet gestroomlijnd zijn. Net achter de kieuwen op zijn breedst en geleidelijk aan smaller tot aan de staartaanzet, symmetrisch en zonder afwijkende zwellingen. Verder moeten de kop en borstvinnen in proporties zijn en natuurlijk speelt ook het volume een belangrijke rol. Het is daarom geen vreemd gegeven dat vrouwelijke Koi doorgaans hoger worden gewaardeerd dan hun mannelijke evenbeelden. Een Grand Champion is slechts zelden van het mannelijke geslacht!

De huidkwaliteit
Aan de huidkwaliteit van een Koi kan men de vaardigheden van haar baasje afmeten, zo denkt men in Japan. Het is een gedachte die niet uit de lucht is gegrepen, want de huidkwaliteit is menigmaal de eerste kwaliteit die door stress wordt beïnvloed. Voor de goede orde moet de huid met een glanzend laagje zijn bedekt. Zo ontstaat er de schijn dat de Koi met een beschermend vernis is bewerkt. Verder zijn de schubben mooi en regelmatig verdeeld, en zijn stressverschijnselen uit den boze.

De patronen
Geen twee Koi zijn gelijk. De patronen kunnen een Koi dan ook máken of breken. En hoewel zeer afhankelijk van de betreffende variëteit, is deze kwaliteit zonder meer aan richtlijnen gebonden. Evenwicht is een sleutelwoord, al worden ook unieke, herkenbare tekeningen hoog gewaardeerd. Vaak gebruikt men de Kohaku als ideale standaard, voorzover dat op een variëteit van toepassing kan zijn. Toch wordt er niet alleen naar de verdeling van de patronen gekeken, ook worden de omlijning en definiëring van de vlekken in overweging genomen. Een veelgemaakte beginnersfout is om zich enkel op de patronen te concentreren.

De kleuren
Wie wordt er nu niet betoverd door de kleuren der Nishikigoi? Precies! Het mag dan ook duidelijk zijn dat de helderheid en diepte van de kleuren bij het jureren van belang zijn. Zo moeten de kleuren overal op het lichaam gelijk van intensiteit zijn en niet worden vervuild door ‘verdwaalde’ pigmentvlekken zoals bijvoorbeeld ‘shimi’. Verder moet de kop zuiver zijn en zeker niet grauw. De ondergrond speelt een belangrijke rol, en zeker als het gaat om wit (shiroji). In de eerste plaats kijkt men naar het wit, en vervolgens pas naar de rode en zwarte patronen.

Het voorkomen
Van alle beoordelingscriteria is het voorkomen het meest subjectief van aard. Het gaat hier om de elegantie en het imponerend voorkomen, met andere woorden niet-meetbare kwaliteiten. Een Koi die zich als een vis in het water voelt, en zonder schroom voor de keurmeesters poseert, kan een jury maar zo ‘inpakken’ en zal dus goed scoren op dit onderdeel.

Prijzenregen
Eenmaal de keurmeesters alle Koi hebben gezien, kiezen zij allereerst de Grand Champion en Supreme Champion, de belangrijkste titels van de competitie. Het zijn de beste Koi uit sizes zes en zeven van zowel de hobbyisten als de commerciëlen. De Supreme Champion noemt men ook wel ‘Runner-up Grand Champion’. Voor de overige prijzen komen deze Koi vervolgens niet meer in aanmerking.

Vervolgens kent de jury elke deelnemende klasse per size een eerste en twee prijs toe. 105 maal twee maalt twee maakt een prijzenregen van liefst 420 trofeeën. Alsof dat nog niet genoeg is wordt dan de beste Koi van een bepaalde grootte bepaald. Deze krijgt de titel ‘Best in Size’ opgespeld, wat ons wederom zeven bokalen oplevert.

Uit de klassen één en twee wordt vervolgens de Baby Champion gekozen, uit de klassen drie en vier de Adult Champion en uit de klassen vijf en zes de Mature Champion. De Baby, Adult en Mature Champion worden uit alle ingezette (zowel die van hobbyisten als van commerciëlen) Koi gekozen. De grootste Koi in de wedstrijd komt in aanmerking voor de titel van Jumbo Champion, terwijl de meest unieke Koi verder door het leven zal gaan als Most Unique Koi. Ten slotte wordt er een bokaal uitgereikt aan de beste hobbyist van Nederland en België en voor de beste Koi uit de hobbyistencompetitie. Zo snel als de prijzen bekend zijn, worden zij op de vatborden vermeld.

Einde
Als de prijsuitreiking is geweest, wordt de show ten einde gebracht. De Koi worden ‘gedebenched’ en door hun baasjes terug mee naar huis genomen. Zij kijken vervolgens weer uit naar de volgende competitie. Want voor wie zich eenmaal in deze materie heeft verdiept, is er geen weg meer terug!

Dit artikel verscheen ook in Koi Wijzer 25, Strijd der Titanen

 

(C) 2008 www.koi2000.com by Weduwe.COM