Home arrow Koi Base arrow Waterkwaliteit arrow Flab en andere vijverellende
  • Dutch
  • English
  • German
Advertisement
Advertisement
Latest Forum Posts
Latest News
Search
Flab en andere vijverellende PDF Print E-mail
Written by Dennis Barten   
Sunday, 29 April 2007
Koel, helder water is op het moment in de meeste tuinvijvers ver te zoeken. De gevolgen blijven niet uit: flab – Floating Algal Beds – heeft het door de weersomstandigheden voor het zeggen. De draadalgen bederven het vijverplezier, maar de ellende kan, bij een juist beleid, tijdelijk zijn.

Open, helder water is de wens van elke vijverbezitter. Een vijverliefhebber wil immers in voorjaar en zomer plat op de buik om te kunnen genieten van een mooie watermijt, een roofzuchtige geelgerande watertor of een baltsende stekelbaars. Maar, dat kan niet altijd.

In elk voorjaar tiert flab vaak welig en belemmert het vijveronkruid het doorzicht van het vijverwater. Normaal gesproken is het een tijdelijk verschijnsel en daarom moeten we niet te gauw ingrijpen.

Als de hogere waterplanten in mei het gezicht van de waterpartij gaan bepalen, concurreren zij de complexen van draad- en darmwieren weg en wordt de vijver weer helder. Maar nu het vijverwater al zo vroeg in het jaar is opgewarmd en veel vijverliefhebbers vanwege de verdamping de vijver regelmatig bijvullen, wil flab van geen wijken weten.

In een gezonde biologische vijver heerst evenwicht tussen de hoeveelheid voedingsstoffen en de aanwezige planten en dieren. Vis in een vijver is de grote belemmering voor een biologisch evenwicht en dus voor helder vijverwater. In visvijvers leven geen libellen en krijgen dikkopjes, larven van salamanders en kleine waterdiertjes weinig kans om groot te worden. Vaak wordt er kwistig met visvoer gestrooid, blauwe reigers worden weggejaagd en geelgerande watertorren en andere vijverbewoners die jonge vis eten, worden uit de vijver verwijderd. Daardoor kan de visstand onbelemmerd groeien. Niet alleen de mest van de vissen, ook het overtollige voer zakt naar de bodem. Als we te vaak en te heftig met kraanwater of grondwater gaan bijvullen, komen er door de turbulentie, die tijdens het bijvullen ontstaat, steeds voedingszouten van de bodem vrij, waardoor de algen hun kans grijpen. Dergelijke vijvers worden nooit helder. Als het droge weer aanhoudt, moeten we wel bijvullen. Leg de slang op het droge en laat het water rustig met een klein straaltje in de vijver lopen. Zo blijven de overtollige mineralen op hun plaats.

Het is uiterst verleidelijk om met een grashark het flab uit de vijver te verwijderen. We doen dit alleen in de jongste vijver, die nog geen jaar oud is. Daar heerst nog geen biologisch evenwicht, omdat er te weinig waterplanten aanwezig zijn. Het moet heel voorzichtig gebeuren, want de lange draadwieren reiken vaak tot de bodem. Bij het optrekken nemen ze de bodemlaag mee en dat betekent dat er weer heel veel voedingsstoffen voor de algen vrijkomen. Onderzoek het bovengehaalde algencomplex steeds op meegekomen waterorganismen. Salamanders kunnen verstrikt raken in de stugge draadalgen; haal ze er voorzichtig uit en zet ze evenals de opgeviste waterslakken weer terug in de vijver. Laat de algen een dag op de rand van de vijver liggen, dan kunnen de onopvallende waterdiertjes op eigen beweging weer terug naar het water.

Met het verwijderen van de draadalgen – zij hebben veel voedingszouten in hun weefsel opgeslagen – neemt de voedselrijkdom af en stagneert de groei van nieuwe flab. Pas ingerichte vijvers zijn altijd gevoelig voor algenbloei en zullen met de wisseling van de seizoenen regelmatig van kleur veranderen. Dat hoort zo; laat zo’n prille vijver met rust. Zorg wel voor voldoende waterplanten. Waterpest, gedoornd hoornblad en fonteinkruidsoorten zijn geweldige zuurstofleveranciers. Watervlooien komen vanzelf, evenals waterkevers. Als we de opeenvolging van soorten wat willen versnellen, kunnen we het vijverwater enten met een paar emmers niet verontreinigd slootwater. Er komen dan allerlei organismen mee die ons helpen bij de instelling van een natuurlijk evenwicht.

In onze paddenpoel, de grootste van de acht vijvers, heb ik geen last van flab. Het water is ook nu kraakhelder. Tussen de drijvende fonteinkruiden en de krabbenscheren, die inmiddels het hoofd boven water proberen te krijgen, wemelt het van de dikkopjes van de bruine kikker. Poelslakken en posthoornslakken grazen de bladeren af. Geelgerande watertorren struinen het onderwaterbos af op zoek naar dikkopjes en andere prooien. De kleine watersalamanders maken er elkaar het hof. Af en toe komt zo’n salamander naar de oppervlakte. Meestal is dat om lucht te happen, maar bij mooi weer gaat het amfibie regelmatig aan het wateroppervlak op de rug liggen met de poten wijd om even heerlijk te zonnebaden.
De volwassen stekelbaarsmannen beginnen al te kleuren. Het roodkleuren begint bij de keel en breidt zich later over de flanken uit. De rug wordt blauwgroen. Heel opvallend bij de vinnige baasjes in bruidskleed is de blauwe iris. Het op kleur komen is uitsluitend een zaak van de mannetjes, de vrouwtjes blijven zilvergrijs met dwarse, grillige strepen.

Bron: De Gelderlander d.d. 27 april 2007

Lees ook:
Warm voorjaar geeft algen vrij spel

 

(C) 2008 www.koi2000.com by Weduwe.COM