Deze techniek is nog nooit eerder beschreven bij een gewerveld dier.
Biologen Rita Mehta en Peter Wainwright van de University of California in
Davis hebben hem met behulp van video-opnames ontdekt. Zij publiceren hun
resultaten vandaag in het wetenschapsblad Nature.
Murenen, afgeplatte, aalachtige vissen die met name in subtropische klimaten
voorkomen, hebben net als veel andere vissen twee paar kaken. De voorste of
mondkaken en de achterste of keelkaken. Bij opnames blijkt dat die keelkaken
ver naar voren komen bij het vangen van een prooi. Ze overbruggen maar
liefst 3,5 centimeter. Ter vergelijking: de kop van de onderzochte
murenesoort (Muraena retifera) is 3,3 centimeter lang.
De murene kan zo relatief grote prooidieren grijpen. Eerst pakt hij zijn
slachtoffer met de mondkaken vast. Daarna komen de keelkaken naar voren,
grijpen de prooi op hun beurt vast, waarna de mondkaken loslaten. Vervolgens
worden de keelkaken met de prooi ertussen weer naar achteren getrokken,
zodat de prooi uiteindelijk in de slokdarm terecht komt. Het beest verliest
de grip op zijn prooi op deze manier nooit.
De meeste vissen maken gebruik van de beweging van het water en de eigen
zuigkracht om een prooi naar binnen te werken. De murene dus niet. Biologen
Mehta en Wainwright hadden eerder al aangetoond dat murenen bepaalde
elementen in hun skelet missen, die bij andere vissen zuiging kunnen
opwekken. Nu hebben zij ook aangetoond hoe deze succesvolle roofvissen hun
maaltje wél te pakken krijgen. De anatomie van de keel is zodanig, dat de
dunne keelkaken gemakkelijk naar voren en achteren kunnen bewegen. Bepaalde
keelspieren zijn sterk uitgerekt in vergelijking met andere vissen.
Murenen, waarvan zo’n 200 verschillende soorten bekend zijn, staan bovenaan
de voedselpiramide in de meeste ecosystemen op koraalriffen. Het zijn zeer
effectieve roofvissen, die al menig duiker de stuipen op het lijf hebben
gejaagd.
De beesten, met hun enigszins sinistere uiterlijk, zitten vaak verstopt in
nauwe schuilplaatsen en zijn berucht om hun aanvallen op mensenvingers die
opeens in die holtes verschijnen. Zolang duikers de dieren niet met opzet
lastig vallen lijkt het met die aanvallen overigens wel mee te vallen.
Bron: NRC.nl
Lees ook:
Jagersduo op het rif