|
Written by Dennis Barten
|
|
Tuesday, 24 April 2007 |
|
Jammer voor de Amerikanen, maar groter is niet altijd beter. Het gaat in ieder geval niet op voor bepaalde koraalvissen met ingewikkelde levenscycli, ontdekken onderzoekers.
Groter is beter. Volgens de groei-sterftehypothese kan een dier na zijn geboorte het beste zo snel mogelijk maken dat hij groot wordt. Op die manier zorgt hij ervoor dat kwetsbare ontwikkelingsstadia zo kort mogelijk duren. De kans dat hij bijvoorbeeld wordt opgevroten door een roofdier, blijft op die manier zo klein mogelijk. Ook in latere ontwikkelingsstadia heeft hij voordeel van deze snelle groei. Maar is het echt zo simpel? Monica Gagliano en haar collega's van de James Cook Universiteit in Australië besloten uit te zoeken hoe dit zit bij de straalvinnige koraalvis 'Pomancentrus amboinensis'. Deze rifbaars houdt er een ingewikkelde levenscyclus op na, die begint tijdens volle maan. Dan legt mevrouw vis haar eitjes in een nestje op de bodem van de zee. Vervolgens let papa een dag of vijf op de eitjes, totdat de embryofase voorbij is en ze uitkomen. De net geboren visjes doorlopen dan eerst de planktonfase. Tijdens deze fase zijn de larven zo klein dat ze samen met minuscule kreeftjes deel uitmaken van het plankton. Dat duurt ongeveer twintig dagen en in die tijd dwarrelen ze rond in de open oceaan. Daarna worden ze meegevoerd naar het koraalrif alwaar ze binnen twaalf uur veranderen in jonge vissen. Eenmaal gesettled op het rif zijn ze redelijk honkvast en blijven ze daar voor de rest van hun leven. Verder lezen... Noorderlicht Noorderblog |