|
De peddelvormige neus van de lepelsteur is een belangrijk instrument bij het vangen van plankton, en niet voor het opgraven van voedsel, zoals eerder werd gedacht.
Men heeft altijd gedacht dat de lepelsteur zijn neus gebruikt om bodemslib op te woelen. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat de neus ook als antenne fungeert, waarmee het dier de elektrische velden van plankton – waaronder watervlooien, zijn voornaamste voedsel - kan waarnemen.

De lepelsteur - Polyodon spathula
Lepelsteur
De lepelsteur is een koudwatervis die in de grote rivieren van Noord-Amerika kan worden gevonden. De vis, die een angstaanjagend uiterlijk heeft, wordt soms wel twee meter groot. En dat op een dieet van louter watervlooien! Net als diepzeehaaien moeten lepelsteuren hard werken om te kunnen ademen: ze zwemmen een leven lang, onafgebroken.
Biologen van de Universiteiten van Missouri en Bonn namen de moeite om het voedselzoekgedrag van de lepelsteur onder de loep te nemen. Daaruit bleek dat de steur over een ingenieus zintuig beschikt, waarmee het zelfs een enkele watervlo te pakken kan krijgen.
Voedselzoekgedrag
De uiterst gevoelige neus stelt de vis in staat om zelfs onder de moeilijkste omstandigheden aan voedsel te komen. De lepelsteur heeft het aan zijn neus te danken dat hij zich in de modderige Mississippi kan standhouden. “Als de steur stroomopwaarts een zwerm plankton ziet aankomen, manoeuvreert hij zich zodanig dat de prooidieren in zijn bek terecht komen,” aldus één van de onderzoekers.
Overigens is het niet ondenkbaar dat het elektrosensorische zintuig zó gevoelig is dat het ook bij de migratie wordt gebruikt, en mogelijk beïnvloedt wordt door elektrische signalen, zoals afkomstig van bijvoorbeeld metalen voorwerpen onder water.
Bron: Wilkens LA and MH Hofmann (2007): The paddlefish rostrum as an electrosensory organ: a novel adaptation for plankton feeding. BioScience, May 2007, Vol. 57, No. 5.
Lees ook:
Rifbaars verbouwt zijn eten zelf
|