|
De ene witte stip is de ander niet |
|
|
|
|
Geschrieben von Dennis Barten
|
|
Sunday, 25 June 2006 |
|
Er zijn grote verschillen in virulentie tussen de verschillende stammen van Ichthyophtirius multifilis, de parasiet die witte stip kan veroorzaken. Dat stellen veterinaire parasitologen van de Universiteit van Georgia, Verenigde Staten. In hun onderzoek naar twee van de vijf varianten van witte stip werd de ene stam vrijwel alle geïnfecteerde vissen fataal, terwijl de andere stam een sterftecijfer boekte dat lager was dan 50%.
De verschillende stammen (serotypen) die bekend zijn, onderscheiden zich van elkaar door de aanwezigheid van zogenaamde immobilisatie-antigenen of i-antigenen (specifieke membraaneiwitten) op hun oppervlak. Tot dusver zijn er vijf serotypen van witte stip beschreven, waarbij elke variant zich karakteriseert door de expressie van een specifiek type i-antigeen. Wat de functie van dit i-antigeen is, blijft vooralsnog onduidelijk. Wel is bekend dat een injectie van geïsoleerde i-antigenen volstaat om bij vissen tegen zekere serotypen van witte stip immuniteit op te bouwen. Het onderzoek van Alton Swennes et al. richtte zich vooral op de serotypen NY1 en G5. En daarin bleek de NY1-stam veel gevaarlijker en virulenter te zijn dan de G5-variant. Waar alle met NY1 geïnfecteerde vissen binnen drie weken het loodje legden, werd een infectie overleefd door meer dan de helft van de met G5 geïnfecteerde vissen. Niet alleen verschillen de twee vormen van witte stip in de manier waarop zij de vissen infecteren, ook volgen zij andere strategieën om het immuunsysteem te omzeilen. Infectiecycli Normaal gesproken ondergaat witte stip een aantal infectiecycli waarin de parasieten hun prooi aanvallen, de karakteristieke witte cysten vormen en zich ten slotte vermeerderen – waarna de volgende generatie de vissen opnieuw attaqueert. Ondanks dat zijn vissen zeer wel in staat om een zekere immuniteit tegen witte stip op te bouwen, hoewel het overleven van de initiële infectie daarvoor een absolute voorwaarde is. Bij de virulente NY1-stam worden er dus wel degelijk antilichamen gevormd, maar afgezet tegen de omvang van de tweede en derde generatie zijn de door witte stip getroffen vissen vrijwel kansloos. Bij de G5-variant ligt dit duidelijk anders, hetgeen wel eens een goede verklaring zou kunnen vormen voor het sterk wisselende effect van medicamenteuze behandelingen. De onderzoeksgroep van Alton Swennes kijkt inmiddels naar de mogelijkheden om tevens de andere serotypen van I. multifilis te karakteriseren. Hun voornaamste doel is de ontwikkeling van nieuwe diagnostische testen, betere behandelingen en mogelijk zelfs een vaccin. |