Home arrow Koi Base arrow Flora en Fauna arrow Waterplanten als algicide
Waterplanten als algicide PDF Drucken E-Mail
Geschrieben von Dennis Barten   
Wednesday, 10 May 2006
Het is iedereen wel bekend dat waterplanten een belangrijke rol spelen in het helder houden van vijvers en waterpartijen. Voortdurend leveren zij een meedogenloze strijd om met name het leven van algen zuur te maken. Een bepaalde groep van onderwaterplanten pakt het slim aan en produceert groeiremmende stoffen waar zij zelf geen last van ondervinden. Wij noemen dit trucje allelopathie.

Een oplettende lezer weet ondertussen dat algen deels in het plantenrijk en deels in het rijk der bacteriën zijn opgedeeld. De primitieve blauwwieren (cyanobacteriën) horen, zoals de naam al doet vermoeden, bij het rijk der bacteriën, terwijl de rest is onderverdeeld bij het plantenrijk.
Deze laatste groep, die officieel wordt aangeduid met de term chlorophyta (afgeleid van chlorofyl, waarmee fotosynthese binnen deze organismen mogelijk is), is verantwoordelijk voor één van de meest besproken problemen uit de vijverhobby. Wie heeft er nu niet ooit te maken gehad met groen water of groene draden en slijmen? Echter, ook de veel onschuldigere baardalgen (het ‘grasmatje’ op de vijverbodem) zijn chlorofyten.

Wereldwijd gezien zijn algen de meest belangrijke zuurstofproducenten. Samen produceren zij meer zuurstof dan alle regenwouden van de wereld bij elkaar! In feite zijn het dus niet de regenwouden, maar algen die het predikaat ‘longen van de aarde’ verdienen.
Aan de andere kant, algen mogen in zeeën en oceanen dan wel zo’n nuttige en belangrijke rol vervullen, in de vijver is dit weer een heel ander verhaal. Leest u met mij mee?

Oorzaak & Gevolg
Algen in de vijver (en elders op aarde) zijn altijd een logisch gevolg van verschillende biotische en abiotische factoren binnen een (verstoord) ecosysteem. Het gebeurt niet vaak dat er slechts één factor is aan te wijzen die algenbloei veroorzaakt, helaas zijn er meestal meerder factoren debet aan, die bovendien nog in elkaar samenhangen.
Abiotische factoren als een slechte waterkwaliteit (een lage KH; schommelingen van de pH en watertemperatuur; relatief hoge concentraties van ammonium, nitraten en (ortho)fosfaten;…) en veel zonlicht in combinatie met biotische factoren als weinig en/of stagnerende beplanting, overvoedering en veel vis per volume zijn de ideale ingrediënten voor een alg om te groeien. In feite maakt een alg dus gewoon gebruik van beschikbare voedingsstoffen die om een of andere reden onaangeraakt zijn. Dat nutriënten ‘vrij’ aanwezig zijn in het vijvermilieu kan verschillende oorzaken hebben, maar is meestal terug te voeren naar overbevolking dan wel overvoedering, een slecht werkend filter en/of te weinig beplanting.

Nu is er geen vijver zonder algen en gelukkig maar. De ‘grasmat’ van baardalgen op de bodem maakt zichzelf nuttig door voedingsstoffen te souperen en zuurstof te produceren. Een enkele draadalg mag eveneens geen probleem vormen. Het zijn kenmerken van een ‘gezonde’ vijver en daar kunt u gerust vrede mee sluiten.
In kleine hoeveelheden zijn algen zogezegd welkome gasten, maar in grote hoeveelheden kunnen ze serieuze schade aanrichten. Wanneer algen de overmacht krijgen gaat de vijver er niet op vooruit en komt zelfs terecht in een neerwaartse spiraal. Licht wordt weggenomen zodat waterlelies en zuurstofplanten afsterven en in een rottingsproces terecht komen. De stoffen die daarbij vrijkomen leiden uiteindelijk tot nog meer algen. Massale algenbloei heeft ook zijn gevolgen voor de waterkwaliteit. Door opname en uitstoot van CO2 (koolstofdioxide) gaat de KH op en neer en dit heeft zo zijn consequenties voor de pH. ’s Nachts consumeren algen grote hoeveelheden zuurstof en vaak komt het dan voor dat er niets meer overblijft voor andere organismen binnen het vijversysteem. Dat veroorzaakt niet alleen vissterfte, maar ook anaërobe omstandigheden in het filter.
Het esthetische aspect ten slotte, weegt voor de meeste liefhebbers nog het zwaarst. Een stinkende, donkergroen gekleurde vijver past niet in de droom van een weelderige Koi oase…

Niet alleen wij als hobbyisten, maar ook het gehele vijvermilieu zijn gebaat bij een goede waterkwaliteit zonder (teveel) algen. Daarom moet men er steeds voor waken dat algen niet de overhand krijgen. 
 
Hulpmiddelen
Gelukkig staat de Koiliefhebber daar vandaag de dag niet meer alleen voor. Sinds een aantal jaren behoort de UV-C lamp tot de inboedel van vrijwel elke hobbyist en is helder water niet meer persé een indicatie voor een goede waterkwaliteit.
Naast de UV-C lamp die de vijver verlost van zweefalgen, zijn er vele andere, vaak dubieuze, apparaten en producten in de handel die zowel zweef- als draadalgen effectief de kop indrukken. Gebruik in elk geval nooit producten waarvan u niet weet wat de werkzame stoffen zijn. Het gevaar is onzichtbaar, maar wel degelijk aanwezig. U zult de eerste niet zijn die zijn Koi ziet sterven aan een kopervergiftiging.

In meren en rivieren zijn dergelijke hulpmiddelen niet voor handen. Moeder Natuur biedt hier echter de helpende hand. Deze nader te beschrijven helpende hand komt eveneens van pas bij beplante (Koi)vijvers.
We zijn eindelijk toegekomen aan het werkelijke onderwerp van dit artikel.

Onderlinge Concurrentie
Allereerst bestaat er een natuurlijke onderlinge concurrentie tussen algen en waterplanten. Zij leven immers van dezelfde nutriënten en hetzelfde licht! Hoe minder algen, des te meer bronnen er beschikbaar zijn voor de waterplanten. Dit concept klopt natuurlijk ook als we het omdraaien. Elk organisme vecht voor zijn of haar eigen bestaan en dat is hun goed recht.

Zoals ik reeds eerder schreef spelen waterplanten een belangrijke rol in het helder krijgen én houden van vijvers en waterpartijen en dit is vaak rechtstreeks te koppelen aan de concurrentiestrijd tussen waterplanten en algen. Waterkwaliteit en –kwantiteit worden op verschillende manieren beïnvloed door (onder)waterplanten:
- Er bestaat een competitie om nutriënten en licht;
- Ammonium, nitraten, fosfaten en sporenelementen worden opgenomen en vastgelegd of omgezet;
- De bodem wordt vastgehouden, zodat slib de kans krijgt om te bezinken;
- Watervlooien en andere kleine waterdieren worden een schuilplaats geboden;
- De pH wordt beïnvloed door opname en uitstoot van CO2 (koolstofdioxide) in een dag- en nachtritme;
- Zuurstof wordt opgenomen en uitgestoten.

Enkele onderwaterplanten hebben een extra troef in handen om de concurrentiestrijd met algen te kunnen winnen. Zij maken gebruik van een proces dat wij allelopathie noemen.

Allelopathie
Allelopathie is een algemene term die men hanteert voor planten die in staat zijn om stoffen af te scheiden die de groei van concurrenten kunnen afremmen of zelfs blokkeren. In de gehele plantenwereld komt dit voor, maar op elk niveau gebeurt dit op een andere manier.

Het niveau waarin zich de waterplanten bevinden is voor de vijver- en Koiliefhebber interessant. Waterplanten zijn er alles aan gelegen om de competitie met algen te winnen. Hiertoe scheiden zij (eigenlijk heel toxische) stoffen af als alkaloïden, fenolen en zwavelverbindingen. Deze stoffen werken groeiremmend (inhiberend) en zijn soortspecifiek, zodat de waterplanten er zelf geen last van ondervinden.

De eerste vermoedens van allelopathie rezen toen men waarnam dat zweefalgen in jonge meren in een zelfde mate afnamen als de mate waarin de hoeveelheid krabbescheer toenam. Verder was het water boven uitgestrekte krabbescheervelden glashelder, terwijl het erbuiten uiterst troebel bleek. Veel andere gewassen lieten dit verschijnsel niet zien, dus er moest meer aan de hand zijn dan sterke groei van waterplanten alleen. 
 
Onderzoeken
Het is niet gemakkelijk om allelopathie als oorzaak aan te wijzen. Wie zegt namelijk dat het niet gewoon competitie om voedingsstoffen is? Kortgeleden heeft men daarom verschillende onderzoeken gedaan om deze vermoedens te toetsen. Zo plaatste men wat krabbescheer in een aquarium en liet deze een aantal weken groeien. Aangenomen dat het aquarium dan wel vol allelopathische stoffen zou zitten, plaatste men vervolgens wat algen in hetzelfde aquarium en hield bij hoe de groei ervan zich gedroeg ten opzichte van algen in ‘normaal’ water. Dezelfde opzet werd herhaald bij andere veel toegepaste onderwaterplanten.
Uit de experimenten bleek dat de groei van algen niet helemaal werd geremd. Vergeleken met blanco-experimenten werd er een vermindering in groei waargenomen, die afhankelijk van de soorten (zowel bij planten als algen) tussen de 7% en 25% varieerde.
Daarnaast constateerde men dat losse cellen van zweefalgen kolonies gingen vormen zodra ze werden losgelaten in het geprepareerde water. Zweefalgen kunnen normaal gesproken door het water blijven zweven omdat ze allemaal licht elektrisch geladen zijn, en elkaar dus afstoten. Het gewicht van de kolonies staat dat niet meer toe, zodat de kolonies naar de bodem zullen zinken.

In een ander onderzoek liet men zaden van sla-plantjes kiemen in zowel ‘krabbescheerwater’ als gedemineraliseerd water. De kiemgraad in gedemineraliseerd water was 100% na 24 uur, terwijl in het ‘krabbescheerwater’ een kiemgraad van 50% pas werd bereikt na 216 uur.

Soortgelijke resultaten kwamen naar voren bij kranswier (Chara), waterpest (Elodea), hoornblad (Ceratophyllum) en aarvederkruid (Myriophyllum). Vreemd genoeg bleef fonteinkruid ver achter.

Consequenties
De groeivertraging die men waarnam lijkt verwaarloosbaar, maar niets is minder waar. De planten krijgen als het ware 7% tot 25% voorsprong. Soms is dat net genoeg voor een overwinning.
Maar misschien nog meer van invloed is het koloniegedrag van de zweefalgen. Stelt u zich voor, de algen vormen kolonies en zinken onder hun gewicht naar de bodem. Er is weer licht voor de onderwaterplanten, die de algen op hun beurt overvleugelen en laten afsterven.

Bij nieuwe vijvers moet bovenstaand proces van voor af aan beginnen. Dat is ook één van de redenen dat bestaande, sterk beplante vijvers zichzelf met het grootste gemak glashelder kunnen houden.

Ten Slotte
Er leiden uiteindelijk meer wegen naar Rome, en een vijver is dan ook op verschillende manieren helder te houden. Elke situatie vraagt om een andere aanpak en daarom is allelopathie in lang niet elk geval toe te passen.

In vijvers zonder Koi zijn kranswier, gedoornd hoornblad, waterpest, krabbescheer of aarvederkruid eigenlijk onmisbaar. Wonderen hoeft u niet te verwachten, maar ze leveren wel degelijk een grote bijdrage aan helder vijverwater.

Echter, Koivrienden met een UV-C installatie kunnen zich terecht afvragen wat de bijdrage van allelopathie zal zijn aan hun systeem. De UV-C houdt het water glashelder; je hebt verder toch niets meer te wensen? Toch zijn er velen onder ons die het allemaal liever zonder techniek doen.
Voor wat betreft Koivijvers lopen er een aantal experimentjes met betrekking tot zuurstofplanten in een plantenfilter. Zuurstofplanten in een Koivijver plaatsen is immers dweilen met de kraan open (ze zullen het zich laten smaken), zodat men er in elk geval voor moet zorgdragen dat de aanplant veilig afgeschermd is voor wroetende Koi. Een aparte plaats in het plantenfilter is dan zo gek nog niet. In plaats van helofyten (moerasplanten), maak je dan gebruik van hydrofyten (onderwaterplanten). De efficiëntie en bruikbaarheid van een hydrofytenfilter zal zich hier echter nog moeten bewijzen.
Wordt vervolgd!

Bronvermelding:

• Tel Aviv University 2003
• Jim Bauder / Montana University 2004
Tekst: Dennis Barten
 

(C) 2008 www.koi2000.com by Weduwe.COM