Watermoleculen
zitten nooit stil. Ze roteren en vibreren door het strekken en buigen
van de verbindingen in het H2O molecuul. Deze moleculaire vibraties
kosten energie, die de watermoleculen verkrijgen door het absorberen
van bepaalde delen (‘kleuren’) van het lichtspectrum. Dit is de reden
dat wanneer licht door water reist, bepaalde kleuren licht selectief
uitdoven, terwijl andere kleuren juist worden doorgelaten. Welke
kleuren licht precies op grotere diepten doordringen, hangt daarnaast
af van de troebelheid van het water. In helder oceaanwater dringt
bijvoorbeeld blauw licht het diepste door, in kustwateren groen licht,
en in troebele veenplasjes rood licht. In al deze wateren bevinden zich
‘gaten’ in het lichtspectrum veroorzaakt door het vibreren van
watermoleculen.
Veel micro-organismen (zoals fytoplankton, cyanobacteriën en andere
fototrofe bacteriën) zijn afhankelijk van licht voor hun fotosynthese
en groei. Deze micro-organismen bevatten, net als landplanten,
pigmenten om licht te absorberen. Maar terwijl landplanten over het
algemeen alleen groene pigmenten gebruiken, beschikken micro-organismen
over een veel breder scala aan fotosynthesepigmenten, variërend van
groen en blauw tot rood, oranje en paars. Hiermee kunnen ze vele
kleuren van het zichtbare en zelfs van het infrarode deel van het
zonnespectrum benutten voor fotosynthese.
Verder lezen... Universiteit van Amsterdam