|
Terwijl het gevreesde Koi Herpesvirus wereldwijd met man en macht wordt bestreden, onderzoeken Australische wetenschappers juist de mogelijkheid om KHV in de natuur te introduceren. Medewerkers van het Australia’s Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation Australian Animal Health Laboratory (CSIRO-AAHL) bekijken momenteel de te verwachten effecten van een eventuele introductie van het Koi Herpesvirus in het wild, waarmee zij de snelgroeiende karperpopulaties in het land een halt willen toeroepen.
Karpers behoren niet tot de oorspronkelijke bewoners van het Australische continent. Ten behoeve van de sportvisserij werden zij er rond 1850 geïntroduceerd. De importkarpers veroorzaakten slechts weinig problemen, totdat rond 1960 de uit de aquacultuur afkomstige Boolara-stam werd ingevoerd. Hoewel deze karpers in het beginsel enkel in gevangenschap werden gehouden, kwamen er bij ernstige overstromingen in de jaren zestig en zeventig een aantal exemplaren in de Australische waterwegen terecht. Oorzaak en gevolg Dr. Ken McColl van het CSIRO-AAHL zegt dat er maar weinig onderzoeken zijn gedaan naar het vóórkomen van de karper in Australië. Duidelijk is echter dat ze zich in het gehele Murray-Darling bekken ophouden, evenals in de wateren van Zuidoost-Australië. Ze worden verder gevonden in Tasmanië en West-Australië. In deze gebieden bewonen karpers, op snelstromende rivieren en bergstromen na, vrijwel alle denkbare wateren. “Het effect van karpers op de natuur is onderwerp van discussie. Zo staan ze er vanwege hun eetgedrag om bekend bodemwroeters te zijn. In hun zoektocht naar voedsel slurpen ze immers modder van de bodem en zeven zij daar al het eetbare uit. Het overgebleven sediment wordt weer uitgespuwd. Verder houden karpers verband met een afname van onder water groeiende vegetatie. Direct, door het ontwortelen van planten, en indirect, door de vertroebeling van het water en daarmee het verslechteren van de groeicondities voor planten. Algen slaan dan hun slag. In hoeverre de karper verantwoordelijk kan worden gehouden voor de teruggang in het aantal inheemse vissen is moeilijk te bepalen. Sommige experts menen dat ze zowel de oorzaak als het gevolg is van de erbarmelijke staat van veel van onze binnenwateren. Het is waarschijnlijk dat veel inheemse soorten het al moeilijk hadden voordat de karper een probleem werd. Karpers hebben het proces hooguit versneld en hebben bovendien het geluk dat zij zich in de relatief vervuilde wateren goed kunnen handhaven”. Uitroeiing McColl en projectleider Dr. Mark Crane onderzoeken nu of zij het Koi Herpesvirus (KHV of CyHV-3) in het wild kunnen introduceren om zo de uitheemse karper naar de eeuwige rijstvelden te verjagen. KHV heeft een zeer beperkt gastheerbereik: het treft enkel de gewone karper (Cyprinus carpio). Buiten dat wordt Australië niet bewoond door andere leden van de Cyprinidae, waartoe onder meer de karper en goudvis behoren, zodat de sprong naar een nieuwe gastheer vrij onwaarschijnlijk is. Volgens Crane zijn de laboratoriumonderzoeken veelbelovend. De volgende stap is het plegen van intensief overleg met de overheid, het publiek en het bedrijfsleven, zodat de wetenschappers kunnen bepalen wat de meest acceptabele plan van aanpak zal zijn. Als hun ideeën effectief blijken te zijn, dan zal het Koi Herpesvirus in het Australische programma ter bestrijding van ongedierte worden geïntegreerd, te beginnen met het Murray-Darling bekken. 

Dragers Een belangrijke zorg die de Australiërs nog bezighoudt is de vraag wat het effect kan zijn van KHV-dragers, ofwel karpers die een infectie met het virus hebben overleefd. Over deze dragers is nog maar weinig bekend. Zo zijn ze in zekere zin ‘immuun’ voor KHV, maar of deze immuniteit in de loop der jaren ‘vervaagd’ is onbekend. Ook is onduidelijk wat de implicaties zijn van KHV als biologisch wapen. Naar verwachting zal het project van CSIRO hierover meer duidelijkheid gaan verschaffen. Het AAHL zal tevens de gevoeligheid van verschillende Australische vissoorten voor het Koi Herpesvirus evalueren. Verder worden alternatieve methoden onderzocht, waaronder de ontwikkeling van karper-specifieke biociden, feromonen en lokmiddelen, alsook de productie van steriele vissen. Bezorgdheid Enige bezorgdheid over de Australische plannen is wat ons betreft op zijn plaats. Australië heeft al eens eerder een virus gebruikt ter bestrijding van een uitheemse diersoort. Dat was in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De overheid gebruikte toen het myxomatosevirus tegen een moeilijk te bestrijden konijnenplaag. De methode bleek een groot succes. Zo groot zelfs, dat het virus (hetwelk tot dan toe enkel in Zuid-Amerika voorkwam) zich al snel over de rest van de wereld kon verspreiden. Een lichtpuntje: het Australische onderzoek zal ons ongetwijfeld meer kennis van het Koi Herpesvirus verschaffen. Bron: Practical Fishkeeping / CSIRO-AAHL Lees ook: Koi Herpesvirus: een 'emerging virus' bij Cyprinus carpio Koi Wijzer 27, De wondere Wereld van het Water
Alleen geregistreerde gebruikers kunnen reacties geven. Log in of registreer. |